De Lyceumstraat in Oldenzaal

OLDENZAAL - De Lyceumstraat in Oldenzaal; de straat waar we speelden. Veel van de vroegere bewoners uit de Lyceumstraat zijn verdwenen, maar de straatnaam is gebleven.

Ook het straatbeeld is sterk veranderd. Voormalige bewoners zijn verhuisd naar elders, maar velen wonen nog in het ons vertrouwde Oldenzaal. De huidige Titus Brandsmastraat behoorde in het verleden ook tot de Lyceumstraat. “Wij woonden op nummer 67”, zo liet Jozef Agterbos (spoorman) uit de Oldenzaalse spoorfamilie mij weten. In de Lyceumstraat woonden veel spoormensen met hun families. Jans Damink, de lampenist, op nummer 24. En ladingmeester Kistemaker op nummer 34. Maar ook hoofdconducteur Ganzevles en zijn zoon Frits Ganzevles, voormanrangeerder op het Oldenzaalse grensstation. Frits was getrouwd met Rikie Pijnappel uit de Glindestraat, die nog steeds in de Lyceumstraat woont. Hesselink, Derksen, van het Reve, Agterbos: allemaal spoorfamilies.

De bekende buut redenaar Gait Bult† vertelde jaren geleden in zijn buut, de spoorleu met de gouden strepen die wonen in de Sparstaat en de Lyceumstraat. Het klootjesvolk woonde volgens Gait achter het spoor. Wij, opgroeiende jongens, Bennie Wekking, Herman Kunne en Johan Damink kwamen in de schoolvakantieperiode ook naar achter het spoor. We gingen dan naar het slachthuis en vroegen aan slager Kloezen en slager Beernink om pisblazen van koeien. Die werden ons door de lachende slagers toegeworpen. Met een natte en stinkende broek gingen we huiswaarts. De pisblazen werden schoongemaakt de urine werd eruit gespoeld en de pisblaas werd met de fietspomp opgeblazen tot voetbal. Oersterk en een prachtige voetbal was het resultaat.

Maar voetballen in de Lyceumstraat en in de Carmelstraat was verboden. Politieagent Derksen nam ons de pisblaas af, stopte die in zijn fietstas en ging bij zijn ouders die naast Grashof woonde koffie drinken. Derksen woonde naast Grashof en Grashof waarschuwde ons als de kust veilig was. We kropen langs de haag, haalden onze voetbal (de pisblaas) uit de fietstas van de diender en draaiden het ventiel van de achterband van agent Derksen open. Jarenlang heeft agent Derksen ons achterna gezeten. Ik heb nooit enig respect kunnen opbrengen voor diender Derksen.

Waar ik wel respect voor had was de vader van Cor Snijders, Lyceumstraat nummer 1. Hij was het die de menigte met een lat uit elkaar sloeg toen men bezig was om de Moffenmeiden kaal te scheren. Bij garage Snijders werd je ook nooit weggestuurd als je als jonge man nieuwsgierig in de garage boven of onder kwam kijken. Daar was ook altijd de plezierige Karel Wissink, die later een viswinkel had in Oldenzaal. Ik voeg twee fotoherinneringen toe bij dit artikel. Politieagent Derksen, de pisblazen pikker. En mijn jeugdheld garagehouder Snijders de vader van Cor Snijders, Cor die in Oldenzaal de eerste DAF’jes verkocht. In de volgende aflevering keert ook de spoorfamilie Agterbos terug op het netvlies.

Martin Meijerink

Meer berichten
 
Auto zoeker