Column: Op de vouwfiets door de stad

Column: Op de vouwfiets door de stad

Maandagmiddag; het begin van een bijzondere week. Nu ik dit schrijf vraag ik mij af, wat zal er nog meer op mijn pad komen deze week? Op mijn vouwfietsje door de binnenstad, over de warenmarkt. Het bankje bij de Plechelmus basiliek nodigt uit. Ik zet mij heerlijk in het zonnetje en voldoe aan de opdracht van mijn dochter. “Pap als het mooi weer is ga er even op uit, mondkapje mee maar blijf wel op op veilige afstand van anderen.” 

Ik neem waar dat op de markt enkele mensen zich niet houden aan de coronaregels. Ze dragen geen mondkapjes en zijn met zijn meerdere personen op minder dan de voorgeschreven 1.50 meter afstand. Drie volwassen mensen, een familie, geen probleem denk ik. Sluit even mijn ogen, dommel in en geniet van de najaarszon. Ik schrik wakker en zie een man die ik niet ken; hij wilde zijn fiets op de standaard plaatsen, het ging mis en de fiets viel om. De fiets recht gezet, vlug mijn mondkapje opgezet want de man maakt aanstalten om op het bankje naast mij plaats te gaan nemen. Hij draagt geen mondkapje maar zijn aanhef naar mij klinkt amicaal. “Hoe is het met jou?” Herkenning? Hij wel maar ik niet. “Ben je lekker aan het genieten van het zonnetje?” Hij komt over alsof hij mij kent. Ik kijk ik luister neem waar maar geen enkele vorm van herkenning. Ik blijf hem aankijken, maar krijg niet echt oogcontact. De verhalen die hij doet klinken zo dichtbij, hij praat over de straat waar hij heeft gewoond en dat hij bij Gelderman heeft gewerkt. Ik blijf oogcontact houden, en dan komt mijn vraag. “Waar ken je mij van?” Een lach komt op zijn gezicht. “Dat ik jou nog ken en dat jij niet meer weet wie ik ben! Je hebt toch geen Alzheimer?” is zijn reactie. “Nee, nee is mijn reactie. Ik weet het weer, ja zeker, ik vertel dat ik even afwezig was met mijn gedachten. We praten en praten; het wordt koud de avondzon daalt, ik moet naar huis zegt hij. Waar woon jij, vraagt hij. Ik tast in mijn borstzakje van mijn jack en geef hem mijn adreskaartje.

Nog steeds niet wetend met wie ik heb gesproken fiets ik naar huis. Alweer half zes, voorbereiding voor het avondeten en dan gaat de telefoon. Ze maakt zich bekend en ze weet wie ik ben. En dan vertelt ze dat ze zich ongerust had gemaakt, want Bennie was de weg naar huis even kwijt. Ja, hij is erg vergeetachtig, het is een beginnende vorm van dementie. Maar wat mooi dat jullie zo met elkaar hebben kunnen praten. Ze nodigt mij uit om koffie te komen drinken en ik stem er mee in. Ik neem de uitnodiging van harte aan. Vergeetachtigheid, herbeleven de herinneringen, contacten hernieuwen. Er zijn veel mensen in mijn omgeving die ik ben vergeten en waarvan ik nog amper de namen weet. Zou deze vergeetachtigheid dan toch het begin zijn. Nee, hoor ik ze zeggen; daar hebben wij op onze leeftijd allemaal wel eens last van, Gelukkig maar.

Kaatjeknip november 2020
Reactie? Knipkaatje@gmail.com

Meer berichten
 
Auto zoeker