Column: Alzheimer en dementie

Als ik hem begroet, vraag ik Gerard altijd hoe het gaat. “Het gaat zoals het gaat” is het vaste antwoord. Hij heeft Alzheimer. Vanmiddag kwam hij weer bij mij op de koffie. Hij verstopt zich niet en is actief lid van het dementievriendelijke koor ‘Vergeet Mij Niet’, dat al maanden niet kon repeteren vanwege het coronavirus.

Zonder blikken of blozen geeft hij verslag van de Alzheimer test die hij heeft moeten ondergaan. Hij berust in zijn lot, maar probeert van zijn leven nog te maken wat er van te maken is. Twee keer per week gaat hij naar dagopvang in Gereia waar hij deelneemt aan allerlei activiteiten samen met zijn lotgenoten. Zijn positiviteit straalt hij uit als hij vertelt dat mijn vriend Francesco de zaak weer eens aan het lachen heeft gemaakt. Mooi en met een goed gevoel beleef ik dat er aandacht aan hem en zijn lotgenoten wordt geschonken.

Hij was bij de plaatselijke sportvereniging een geliefd voetballer en bestuurslid. Mijn vriend en dichter Paul heeft nog met hem gevoetbald en praat altijd met bewondering over hem als Gerard weer eens de revue passeert. Vorige maand was hij nogal wat ontdaan. De woensdagochtenden in de kantine van zijn club, daar werd door zijn groep van vier, wekelijks een kaartje gelegd. Gerard te goeder trouw vertelde aan zijn mede-kaarters dat bij hem Alzheimer was geconstateerd. Voor de mede-kaartspelers in eerste instantie geen probleem. Maar toen hij navraag moest doen over wat de troefkaart was, en toen hij vervolgens verkeerd bediende bij het kruisjassen was het raak. Toen hij door een van zijn medespelers (zijn kaartmaat) daarop werd aangesproken ging het mis.

“Er knakte wat in mij”, vertelde hij. Het resultaat is dat hij er de brui aan heeft gegeven, aan het kaarten op de woensdagen. Wat voor hem een wekelijks uitje was, is nu verworden tot thuis zitten. Toch heb ik diverse keren ook anders ervaren. Hij komt om 15.00 uur correct gekleed met zijn mooie hoed op aanrijden van uit Gereia op zijn scootmobiel naar Stadscafé Moatman. De vaste kaartspelers zien hem dan al aankomen. Hij houdt zich keurig aan de coronaregels. Ik zit aan de stamtafel met een glaasje, lees de krant en luister. Zullen we nog een keer heen en weer spelen met herkansing. Ze spelen het spel ‘Boonaaken’; Ik ken het ook en heb het nog van Alex H. †, geleerd. De ene keer wint Herman en de andere keer winnen zij. Wanneer het spel is gespeeld, verlaat hij tevreden zijn stamkroeg want het eten in Gereia wacht. Ik hoor zijn kaartmaten zeggen; hij tevreden, wij tevreden. Wat wil ik ook al weer zeggen? Er valt volgens mij bij sportclubs, verenigingen en instellingen nog wel het nodige te doen aan voorlichting over omgaan met dementie. Ook sportclubs, bridgeclubs en andere verenigingen zouden meer aandacht en zorg moeten besteden aan de dementerende medemens. Onze gezamenlijke zorg en verantwoordelijkheid.


Kaatjeknip september 2020
Reactie: knipkaatje@gmail.com

Meer berichten
 
Auto zoeker